Franciscus was met een broeder onderweg naar een kluizenarij. Hij was niet vrolijk en sjokte maar wat voort. Hij had zorgen om zijn broederschap, maar ook om zijn eigen leven. Volgde hij de weg van zijn Heer? Het begon donker te worden, maar de kluizenarij was nog ver. Gelukkig was het volle maan en konden zij verder gaan. Ze komen langs een put.
Franciscus blijft staan, buigt zich voorover en kijkt in het stille water. Hij wordt stil. De maan weerspiegelt zich in het donkere water. Hij klaart op, ze vervolgen hun weg; dan begint hij te zingen. Hij jubelt het uit. De broeder vraagt waarom hij plotseling zo vrolijk is. Franciscus zegt: "Zag je dan niet wat ik zag in de diepe put?" "Ik vermoed dat u de maan zag", antwoordde de broeder. "Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara." Clara, de lichtende, herinnert hem aan de bron van het levende water. En Franciscus bruist weer van levenslust.Herkomst verhaal onbekend - foto van een fontein in Milaan van M. van Koulil. Zie zijn blog Argusvlinder.
Hans Sevenhoven